le fond de l'air est rouge
[ chris marker | frankrijk 1977 ]
Chris Marker maakte LE FOND DE L'AIR EST ROUGE in 1977, in de nadagen van de beweging van de New Left, temidden van de chaotische versplintering van de sociale agenda van eind jaren 60. De grootse idealen van 1968 hadden plaatsgemaakt voor kleinschaliger, pragmatischer en op eigen, afgesloten pressie- en lobbygroepen gerichte idealen, alsmede voor het direct uit het militante radicalisme van de zestiger jaren voortvloeiende Westerse terrorisme. Wellicht dat die vreemde titel zich vanuit dat tijdsgewricht laat begrijpen: LE FOND DE L'AIR EST ROUGE laat zich letterlijk, enigszins vertalen als « de grond van de lucht is rood », in een zeer vrije en erg Hollandse vertaling komt dat neer op zoiets als « het hangt in de lucht, maar 't komt niet echt van de grond ». Dat geeft enigszins de uit de film sprekende twijfel weer tussen bitterheid en desillusie enerzijds en hoop en waardering anderzijds.
Pas toen ik me ter voorbereiding op deze inleiding in het levensverhaal van Chris Marker verdiepte, kwam ik de verklaring - of een waarschijnlijker term in dit geval: de anekdote - tegen die zijn naam verklaart. Die anekdote wil dat Christian François Bouche-Villeneuve, überhaupt een man gehuld in mediaschuwheid, onduidelijke en mythologische levensverhalen, zijn artiestennaam Chris Marker ontleende aan de Magic Marker, de populaire markeerstift in geel, groen of roze. Ik voelde me enigszins betrapt in mijn eigen romantiek: al jaren sprak ik Chris Mar-kèèèr uit op die quasi Franse wijze, die voldoet aan het beeld dat bij een ongrijpbare, waarschijnlijk Gitanes rokende, Franse auteur van de Left Bank uit het Parijs van de jaren 60 hoort. Chris Mar-kèèèr, dat mythische enigma van de filmgeschiedenis, de cinéast, de auteur - maar Markèr blijkt dus Marker te zijn. Als de anekdote waar is, kan dat geen toeval zijn - als de anekdote niet waar is, zou die beter wel waar kunnen zijn, omdat het verhaal waarschijnlijk mooier is dan de waarheid.
Feit is dat het niet zoveel uitmaakt of de Magic Marker anekdote op waarheid berust of niet. Dat is immers Chris Marker ten voeten uit: het gaat niet om de waarheid, een verklaring of een juiste weergave van hoe het gebeurd is - het gaat allemaal om de manier waarop wij ons dat herinneren, de wijze waarop wij dingen doorvertellen, in verhalen en verklaringen gieten, onszelf vormen en creëren.
Een andere Marker film dan LE FOND DE L'AIR EST ROUGE, THE LAST BOLSHEVIK, opent met een citaat van George Steiner: « It is not the literal past that rules us. It is images of the past »- wat goed als het motto van LE FOND DE L'AIR EST ROUGE kan gelden (het zou overigens een typische Marker-grap zijn om het motto van de ene film bij een andere film te zetten).
LE FOND DE L'AIR EST ROUGE is een film over de geschiedenis en over "geschiedenis": over een specifieke historische periode, maar evenzeer over "geschiedenis" tussen aanhalingstekens, over die collectieve afspraak die we geschiedenis noemen.
De film reconstrueert een belangrijke en in veel opzichten bepalende periode uit de moderne geschiedenis aan de hand vele tientallen archiefbeelden, found footage films, amateuropnamen, propaganda- en reclamefilms en speelfilms. De film snijdt kriskras door de talloze, vaak explosieve gebeurtenissen en ontwikkelingen uit de periode 1967/1968: van Vietnam, Cuba en Parijs in mei 68 tot de Praagse Lente, Mao's Culturele Revolutie en Allende. 67/68 vormen de as waar de gebeurtenissen zich omheen wentelen, met uitstapjes tot vele jaren daarvoor en daarna. Ondertussen springt Marker heen en weer naar de Olympische Spelen, een kattenfestival in België en de Black Panthers, en schakelt van Amerikaanse neonazi's en de Duitse studentenprotesten in 1967 moeiteloos over naar een Japans bedrijf dat het drinkwater heeft vergiftigd, de dood van Che Guevara in Bolivia en Watergate.
Rode lijn is de opkomst en neergang van de New Left, de radicale linkse beweging die enkele van de meest politiek activistische jaren in de 20ste eeuw entameerde, maar door de desillusies in Tsechoslowakije, China, Chili en Frankrijk al snel vast kwam te zitten tussen verdeeldheid in eigen gelederen, de greep van ouderwets bureaucratisch communisme en agressief Amerikaans kapitalisme. Op het moment dat Marker de film maakte, in 1977, waren New Left en de belofte van 68 alweer geschiedenis.
LE FOND DE L'AIR EST ROUGE is een nostalgische film, want Markers sympathie ligt duidelijk bij de revolutionairen (hij was er tenslotte zelf bij en onderdeel van), alhoewel hij de mensen, ideeën en gebeurtenissen zeker niet heilig verklaart. Zijn sympathie lijkt nog het meest bij het revolutionaire elan van de periode te liggen, bij de sfeer en smaak van de behoefte aan en de mogelijkheid van wereldwijde sociale verandering.
De film opent met een van de meest klassieke iconen van de Revolutie, verenigd in beeld én woord in een scène uit Eisensteins PANTSERKRUISER POTEMKIN: de wanhopige en tegelijk aanmanende uitroep « broeders! » schermvullend in beeld als de soldaten van de Tsaar het vuur openen op de revolutionaire matrozen. Eisensteins film is geen verslag van die opmaat tot wat de Russische oerrevolutie zou worden, maar een door zijn formalistische montagetheorie beheerste propagandafilm. De film heeft het beeld van de Revolutie voor generaties lang bepaald, of op zijn minst gekleurd, zoals later de beeltenis van Che Guevara een universeel icoon voor revolutie werd, zonder dat de betekenis van revolutie er nog iets toe deed, net zoals in hedendaagse, vergelijkbare voorbeelden als de Unox soep Revolutie en de nieuwste revolutie in het schoonmaken.
Van begin af aan maakt LE FOND DE L'AIR EST ROUGE dus duidelijk waar we het over hebben: over representatie, over iconen, over beelden. Of zoals dat bij de verkeerde film geplaatste motto het verwoordde: « It is not the literal past that rules us. It is images of the past. » Dat is geen keuze, maar een onvermijdelijkheid, want de historische werkelijkheid is onbereikbaar door representatie.
Marker zoekt dan ook niet naar een historisch accurate weergave van de beroemde gebeurtenissen uit 1968, maar naar de manieren van weergave zelf. En ook daarin ligt een deel van de nostalgie van de film: het is alsof Marker met al zijn non-lineaire narratieve montage experimenten hardnekkig probeert een weergave te vinden die recht doet aan de periode die hij in beeld brengt. Of, anders gezegd: probeert een geschiedenis te formuleren die buiten "de geschiedenis" om vertelt, een geschiedenis die niet verleden tijd is, niet afgerond, maar openstaat voor interpretatie en persoonlijke herinnering.
Geschiedenis presenteert zich doorgaans als een chronologische, lineaire ontwikkeling, waarin de ene gebeurtenis tot een andere, latere gebeurtenis leidt. Volgens de as van verleden, heden en toekomst is geschiedenis iets dat voor ons is gebeurd en na ons, dat wil zeggen na de eigen ervaring, wordt gerepresenteerd, wordt verteld. Dit is de geschiedenis van Gebeurtenissen, wat in enigszins academisch jargon zo mooi de Historical Event heet. De industrialisatie was een historical event, de moord op Kennedy ook en Mei 68, de Culturele Revolutie en de coup tegen Allende evenzeer, en ook het communisme zou je een historical event kunnen noemen. Geschiedenis als Gebeurtenis is een afgesloten entiteit, met oorzaken en gevolgen, waarin de feiten over een bepaalde gebeurtenis de betekenis van die gebeurtenis bepalen.
Tegelijk is er de geschiedenis die we "ervaring" kunnen noemen, een ervaring die alles is behalve eenheid, een zich eindeloos en in ontelbare details vertakkende en ontwikkelende, chaotische werkelijkheid. Deze geschiedenis is in principe altijd aanwezig; door er simpelweg te zijn, ben je al in de geschiedenis.
Door het aan elkaar verbinden van gebeurtenissen, referenties en beelden creëert LE FOND DE L'AIR EST ROUGE het beeld van een internationale, geopolitieke eenheid: een immens historisch momentum waarin politieke en culturele processen uit Latijns Amerika, Noord Amerika, West en Oost Europa, China en Japan samenkomen in een uitbarsting van militant activisme en de roep om sociale veranderingen van verouderde bestuurssystemen, of die nu Stalinistisch, kapitalistisch, imperialistisch of domweg bureaucratisch en kleinburgerlijk waren.
Die eenheid, de verbondenheid tussen al die landen, mensen en bewegingen, is deels gerelateerd aan de ervaringen uit de periode zelf. De film zelf geeft de gevoelens van "internationale solidariteit" en wereldwijde opstand der onderdrukten veelvuldig weer, in de woorden van protestleiders, intellectuelen en guerrillastrijders, maar eenheid ontstaat vooral ook in Markers eigen taal: die van de montage, die de stijl van zijn film bepaalt, gekenmerkt door parallelle montage van in tijd en ruimte volledig (soms zelfs vele tientallen jaren en vele duizenden kilometers) van elkaar losstaande, maar ideologisch verwante gebeurtenissen en plaatsen. Marker wisselt lineairiteit en causaliteit in voor een associatieve en formele montage, die op Eisensteiniaanse wijze tegenstellingen en overeenkomst in beeld en geluid met elkaar verbindt. Die inwisseling geldt voor de vertelstructuur van de film, maar evenzeer voor Markers visie op het verleden.
LE FOND DE L'AIR EST ROUGE formuleert een Alles-, of tenminste Veel-omvattende Gebeurtenis die toch geen "event" is, niet een specifieke, unieke en causale gebeurtenis in een periode achter ons. Marker construeert daarentegen een eenheid buiten de (lineaire) geschiedenis. Daardoor krijgen de talloze found footage, nieuws-, archief-, overheids- en amateurbeelden een nieuwe betekenis, niet langer als getuigen van een gebeurtenis, als de weergaven van "hoe het was" - zoals we eigenlijk zonder uitzondering op televisie en in hedendaagse documentaires zien - maar als onderdelen van een geschiedenis, als de manieren waarop die geschiedenis verteld kan worden.
De beelden waaruit de film is opgetrokken worden zo zelf de inhoud van de film: zoals eerder gezegd gaat het Marker immers niet om de weergave, maar om de mogelijkheden van weergave. De beelden zijn niet langer een manier om naar de geschiedenis te kijken - zij zijn de geschiedenis zélf. De ervaringen van de makers van die beelden staan onbereikbaar ver van ons af (benadrukt door Markers intensieve kleurbewerking van de beelden), de historische werkelijkheid is immers niet benaderbaar. We kunnen niet door de beelden heen naar het verleden kijken, maar dat hoeven we ook niet: « It is not the literal past that rules us. It is images of the past. »
Het mooie aan LE FOND DE L'AIR EST ROUGE is dat Marker ontsnapt aan de zeer actuele, maar ook in 1977 al prangende, statische impasse, waarin alles dat direct ervaren en geleefd werd, verschoven en verdwenen is in representatie. In tijden van toenemende snelheid van representatietechnologie en het steeds meer samenvallen van gebeurtenis en weergave, en van de ervaring en de mediëring daarvan (denk aan 11 september) bevecht Marker ruimte voor de ervaringen van anderen. De aftiteling vermeldt dan ook dat de werkelijke auteurs van de film de camera- en geluidsmannen, de getuigen en de militanten zijn uit wiens beelden en afbeeldingen LE FOND DE L'AIR EST ROUGE bestaat.
Maar daarin is Marker te bescheiden. In de credits wordt hij alleen genoemd voor montage en soundtrack, de film lijkt geen regisseur te hebben, geen auteur behalve de talloze, veelal anonieme historische beeldenmakers zelf. Maar Marker is een extreme, zij het redelijk onzichtbare auteur: juist zijn formele, non-lineaire montage creëert de ruimte voor de beelden om de auteur van hun eigen geschiedenis te zijn.
En daarmee keren we terug bij de Magic Marker pen. Want Markers montage, zijn hele visie op het medium, is precies wat zijn naamgenoot de markeerstift impliceert. Met een Magic Marker markeert men stukken tekst, zodat alle gekleurde stukken tezamen een nieuwe tekst vormen, die bestaat uit samples, markeringen, verwijzingen en verbanden die de originele tekst nooit zo bedoelde, maar wel in zich droeg, mogelijk maakte, wachtend op de lezer/ markeerder/ Marker om ze eruit te halen. Die tekst waarin gemarkeerd wordt, is dan natuurlijk de geschiedenis.
Tenslotte: ofschoon hij geen hoofdrol in de film speelt, maar er toch een aanzienlijk deel aan hem gewijd wordt, lijkt het me toepasselijk dat het vandaag, 9 oktober, de exacte sterfdag van Che Guevara is, de man aan wie de Engelse titel van de film - A GRIN WITHOUT A CAT - ontleend is. Als Chris Marker zou weten dat we hier precies 38 jaar na Che's dood bijeen zijn om LE FOND DE L'AIR EST ROUGE te zien, Markers ode aan en requiem voor de glorieuze revolutionairen uit 68, dan zou hij dit moment ongetwijfeld geel stiften.