de paradox van de liquidatievideo
[ het journaal, de terreur en het beeld als nieuws ]
De liquidatievideo's die ons vanuit Irak en aangrenzende gebieden via internet en televisie bestormden, waren een van de tragische hoogtepunten in het mediajaar van 2004. De combinatie van afschuw en onvermijdelijkheid die de filmpjes uitdragen, maakt elke kijkervaring bij voorbaat tot een onmogelijke paradox: we willen kijken maar tegelijk eigenlijk ook niet - of: we kijken met een afgekeerde blik.
Enerzijds dringen deze onthoofdingsvideo's zich aan onze blik op: in hun afschuwelijke inhoud zijn het buitengewoon "nieuwswaardige" beelden en bovendien dwingt juist het abjecte vaak tot kijken (zoals ook bijvoorbeeld bij Jerry Springer of tegenwoordig bij Extreme Makeover). De video's trekken de verzadigde en verwende westerse mediaconsument aan en stillen diens honger naar steeds extremere en steeds "realistischer" beelden. Anderzijds verleent de wetenschap dat hier werkelijk een mens wordt gedood de video's een lugubere authenticiteit (versterkt door de beeldtaal van de home-made amateurfilm, die door haar schokkerige en ongepolijste looks het gevoel van onbewerktheid, directheid - en dus oprechtheid/ authenticiteit versterkt). Die lugubere authenticiteit doet ons de blik juist afwenden.
Overigens hoeven wij onze blik niet zelf af te wenden, dat doet het journaal voor ons. Ook hier doet zich de paradox van de liquidatievideo's gelden: het journaal zendt ze wel uit, maar nooit helemaal. Sterker nog: dat waar het om gaat, datgene wat de video's tot "liquidatievideo" maakt en de video haar nieuwswaarde verleent, wordt juist weggelaten. Journaals en actualiteitenrubrieken zenden wereldwijd wel de "aanloop" naar de onthoofding uit, maar tonen niet de gruwelijke "climax" zelf. Om volkomen begrijpelijke redenen wordt op deze wijze "nieuws" gepresenteerd in een ontkennende vorm: er bestaat weliswaar beeldmateriaal van het nieuwsfeit, maar uitgezonden wordt alleen de audio-visuele omgeving van (aanloop naar) dat nieuwsfeit.
Het gevolg van deze dubbele paradox is de reductie van een beestachtige onthoofding tot "beeld": tot alleen maar de afbeelding of representatie van een liquidatie; het idee of de suggestie van een onthoofding - maar niet de onthoofding zelf. Die onthoofding zelf is verwezen naar onze collectieve verbeelding, of nauwkeuriger gesteld: onze collectieve anticipatie.
Horror en beeldtaal
De liquidatiefilmpjes zijn met name gruwelijk door de anticipatie op wat je verwacht, of met andere woorden: het gruwelijke zit meer in de vijf minuten waarin de extremisten hun tekst reciteren (het slachtoffer geknield voor hen in de genrespecifieke oranje kleding, de extremisten in het zwart, gezichten bedekt, op een rijtje naast elkaar), dan in de onthoofding zelf. Alsof we (door films, televisie, krantenfoto's) al zo geconditioneerd zijn dat niet de liquidatie ons raakt (we zijn gewend geraakt aan gevisualiseerd geweld), maar juist de anticipatie daarop: de 5 minuten lange anticipatie - verwachting en inbeelding - van het gruwelijke dat gaat komen. Het lijkt op de logica achter een horrorfilm: niet de horrormoord zelf is spannend (want die is meestal alleen gruwelijk), spannend is juist de zo tergend langzaam openschuivende deur, het veel te lange wachten van de hoofdpersoon ("ga nou weg, hij staat achter je!"), het eindeloos door lege gangen of donkere steegjes lopen, de zenuwslopend langzame wijze waarop de hoofdpersoon uiteindelijk naar het lijk van de moordenaar loopt om te kijken of hij echt dood is (want we weten allemaal: natuurlijk is hij niet dood - hij springt nog 1 keer overeind).
In deze horrorcliche's wordt telkens de tijd uitgerekt en opgerekt - het onafwendbare moment (waarvan we allemaal weten dat het onafwendbaar is) wordt uitgesteld, zodat spanning ontstaat door anticipatie (met ander woorden: het hoofd van de kijker gaat sneller dan de film).
Zoals bij een horrorfilm de spanning verdwijnt op het moment dat de moordenaar heeft toegeslagen (eigenlijk al op het moment van toeslaan zelf: de moord is een ontlading van spanning) en al helemaal als de film is afgelopen, zo is het ook met de onthoofdingsfilmpjes uit Irak. Toen ik na enige aarzeling een van de video's in zijn volledige gruwelheid had bekeken verloren de filmpjes direct veel van hun "glans". Niet langer was de liquidatievideo een verbeelding van het moderne kwaad (of beter: een moderne verbeelding van een nogal traditionele vorm van kwaad), niet langer representeerden de video's een gruwelijke entiteit "somewhere out there" in die vermaledijde, achterlijke, enge wereld. Nee, de onthoofdingsvideo's werden teruggebracht tot de banale werkelijkheid van "gewoon" een stel terroristen dat iemand vermoordt. De spanning was weg.
De paradox dat we willen kijken, maar liever niet zien - dat we kijken met neergeslagen ogen, werd omgedraaid: door te kijken werd het beeld ontdaan van haar inhoud - de blik maakte het beeld onschadelijk (of eigenlijk: de blik ontdeed het beeld van haar spanning; het kijken loste de anticipatie in - en daarmee op).
Het journaal
Zoals reeds genoteerd, zenden het NOS Journaal en het RTL nieuws (zoals overigens ook alle andere journaals ter wereld) alleen de opmaat tot de liquidatie uit en laten zij de daadwerkelijke onthoofding weg. Ofschoon dit om volkomen begrijpelijke redenen gebeurt, kan de - theoretische - vraag gesteld worden of het niet beter zou zijn de gehele onthoofdingsvideo te vertonen. Nu worden de video's in principe ge-glamouriseerd: het worden mythische, mysterieuze beelden van vreemde, onbegrijpelijke werelden ver weg. Inderdaad: de journaals en actualiteitenrubrieken presenteren de liquidatievideo's als een verbeelding van het hedendaagse Kwaad.
Aangespoelde lijken in Azië, de explosie in Madrid op 11 maart 2004, uit de brandende torens van het WTC spingende mensen, een Palestijnse vader met zijn doodgeschoten zoontje in de armen, de nog warme lijken van Pim Fortuyn en Theo van Gogh - dit alles wordt wel uitgezonden. Deze beelden zijn geen verbeelding van het Kwaad, omdat ze gedepersonificeerd zijn: de moordenaars of daders zijn niet te zien, de daadwerkelijke dood (het sterven zelf) is niet te zien en in de meeste gevallen (behalve bij Fortuyn en van Gogh) zijn de doden anoniem, slechts onderdeel van de massa. Er is in deze beelden geen anticipatie: er is alleen een statische, kille, abstracte weergave van dood en verwoesting (zo dikwijls en zo pijnllijk gesymboliseerd door het abstractieniveua van de sterftecijfers).
Maar bij de onthoofdingsvideo's uit Irak kiezen de journaalredacties er juist voor alleen de spanning te laten zien, de opbouw, de opmaat naar iets gruwelijks. Dat gruwelijke wordt niet getoond, maar toch geimpliceerd: de opmaat creeert de anticipatie, de aanloop creeert de inbeelding en verbeelding van het logische en onvermijdelijke gevolg. Het journaal doet in feite iets dat erger en gruwelijker is dan het vertonen van wat gebeurd is: het plant de gruwelijke finale van de video's "in ons hoofd", het laat het aan ons, de kijker, om de onthoofding "af te maken", om de onthoofding zelf uit te voeren - met chips en bier op de bank voor de tv of later, in onze nachtmerries in bed.
Anticipatie: de tsunamislachtoffers als voetbaluitslag
Vanuit de optiek van het journaal (nieuwsfeiten brengen), hoeven de onthoofdingsvideo's uberhaupt niet vertoond te worden: het nieuwsfeit dat er een buitenlander in Irak of elders is vermoord en dat deze moord is vastgelegd op video, kan ook in woorden worden overgebracht of met een foto worden geillustreerd. In het uitsluitend en selectief vertonen van de opmaat, van de spanning, schuilt de essentie van alle televisiemedia (van informatie en educatie tot vermaak): het creëren van anticipatie.
Denk aan de spannende vioolmuziekjes bij Netwerk, aan de wijze waarop uitslagen in beeld worden gebracht - van voetbalwedstrijden tot en met de "uitslag" van de Nationale Giro555 TV Actie voor Azie. Denk aan commercials, die niet een product proberen te verkopen op directe wijze ("koop onze deodorant!"), maar door een sfeer of toon te bieden (van romantisch en nostalgisch tot dynamisch en grappig) waar wij ons als kijkers prettig bij voelen. De implicatie is anticipatie: het wordt nergens gezegd, maar in ons hoofd maken we de commercial af - wij willen net zo succesvol, mooi, jong, dynamisch, romantisch, gevat of gezond zijn als in de reclame. Zelfs bij zoiets banaals als de aantallen westerse slachtoffers van de tsunami in Azie ziet het NOS Journaal kans "spanning" te creeren, geheel volgens de regels van Studio Sport en de voetbaluitslagen. Tien west-europese landen worden met hun respectievelijke aantallen slachtoffers op een rijtje gezet - maar op een hierarchische wijze: beginnend met de laagste aantallen slachtoffers en eindigend bij de hoogste aantallen. Een voor een, niet allemaal tegelijk, verschijnen de cijfers in beeld: zoals we bij Feyenoord - Volendam nog niet weten wat Ajax - FC Zwolle is geworden, zo weten we bij Engeland nog niet wat de score is van Noorwegen. De presentatiewijze maakt ons nieuwsgierig, terwijl nieuwsgierigheid in dit geval een onzinnige en overbodige kijkervaring is. Dieptepunt is de uitslag van Zweden. Helemaal onderaan het rijtje west-europese landen verschijnt Zweden in beeld, de nieuwslezer last een korte maar duidelijke stilte in en de verschijning van het aantal Zweedse slachtoffers laat net iets langer op zich wachten dan bij de andere landen - alsof het journaal bang is dat de hoogte van het aantal niet genoeg indruk maakt, wordt een extreme, zij het subtiele, vorm van anticipatie gecreeerd. Door uitstel wordt de verwachting van de kijker versterkt en wordt er nieuwsgierigheid gewekt op basis van de vorm, niet van de inhoud.
Door bij de onthoofdinsvideo's alleen de spanning te laten zien mystificeert het journaal de video's. Zoals een trailer voor een nieuwe film alleen een aantal spannende stukjes laat zien, zodat wij de rest in ons hoofd gaan invullen en behoefte (nieuwsgierigheid) krijgen die eigen invulling ook daadwerkelijk te zien, zo creeert het journaal behoefte om de onthoofdingsvideo's "af te zien" - in overdrachtelijke zin - "af te maken": niet dat we de video's werkelijk willen of gaan zien - we "zien" ze af in ons hoofd, in ons geestesoog. Geen mens immers die na een fragment uit een onthoofdinsvideo op het journaal de tv uitzet, z'n schouders ophaalt en z'n mes schoonlikt en dooreet.
De beelden blijven hangen - en de beelden die blijven hangen, zijn niet de beelden die we ook daadwerkelijk gezien hebben: het zijn juist de beelden die we niet hebben gezien, maar die we ons inbeelden en waar we onophoudelijk op anticiperen.
Het nieuws is het beeld
Tenslotte de vraag of een onthoofdingsvideo uberhaupt in het journaal thuishoort. Zoals we allemaal weten, worden er dagelijks mensen vermoord, op de meest gruwelijke wijze. Meestal zijn daar geen beelden van. Maakt dat de onthoofdingsvideo's nieuwswaardig omdat ze op video zijn opgenomen? Is niet het enige dat de onthoofdingsvideo's tot een nieuwsfeit maakt, het feit dat er beelden van bestaan? Wordt aldus het beeld het voornaamste nieuwsfeit - ongeacht de inhoud of de context?
Waarschijnlijk wel - als we zien welk "nieuws" over de tsunami in Azie het NOS Journaal op 9 januari 2005 bracht: "Er is een nieuwe amateuropname van de tsunami in Azie opgedoken." Het nieuwsfeit is niet de tsunami zelf, niet de gevolgen, de implicaties of de huidige stand van zaken. Het nieuwsfeit is dat er nieuwe beelden van de tsunami zijn. Het journaalitem gaat niet over de tsunami, maar over de afbeelding van de tsunami. De nieuwslezeres stelt dat er nieuwe beelden zijn en dat deze beelden opgenomen zijn door een man (we krijgen geen naam, want dat doet er niet toe - het gaat om de beelden) die eigenlijk een bruiloft zou filmen, wat niet doorging omdat het water kwam. Wat volgt is een onafgebroken amateuropname van het water in de straten van Banda Atjeh - geen nieuwsfeiten, geen voice over die ons vertelt over slachtoffers, stand van zaken, infrastructuur, hulpverlening - nee, niks over de tsunami, alleen het beeld.
Guy Debord opende zijn beroemde artikel "Society of the Spectacle" met: "In societies where modern conditions of production prevail, all of life presents itself as an immense accumulation of spectacles. Everything that was directly lived has moved away into a representation." Het NOS Journaal is in dat licht exemplarisch. Het nieuws is het beeld - het beeld is het nieuws. Welkom in 2005.