iconoclasme
[ aantekeningen bij een dubbele gezichtstransplantatie ]
Op het moment dat de wereld en de televisiejournaals volkomen in de ban raakten van het oproer rond de Deense spotprenten van de profeet Mohammed, op precies datzelfde moment werd er in Frankrijk een grote persconferentie gegeven naar aanleiding van de eerste geslaagde gezichtstransplantatie ter wereld.
Twee personen kregen tegelijk een nieuw gezicht. Aan de ene kant van de wereld leidde dat tot woede en doden, aan de andere kant van de wereld tot gejuich en een gered leven.
De overkomst is meer dan metaforisch: aan beide gezichtstransplantaties ligt een vernietiging ten grondslag. Maar ook: beide gezichten werden door ons - althans: het Westen - gecreëerd, niet toevallig ook nog eens in de twee domeinen die de essentie van het Westen bepalen: beeld- en mediacultuur in het geval van de spotprenten, technologie en wetenschap in het geval van de gezichtstransplantatie.
De woede over de Deense cartoons was in essentie een woede over het beeld; de wereldwijde onlusten waren geen religieuze of politieke kwestie, maar een beeldculturele. Aanleiding - ongeacht al sluimerende sentimenten, ongeacht de Deense imam die als advocaat van de duivel op het vliegtuig naar Saoedi-Arabië stapte, ongeacht de vermeende orkestratie van de rellen - waren tekeningen: geabstraheerde afbeeldingen waarin op symbolische wijze een relatie wordt gelegd tussen iconen van het heilige en het profane.
De uitingsvorm van de woede was al evenzeer beeldcultureel en passend in een al langere traditie van het koelen van woede op symbolische representaties van gehate zaken in de werkelijkheid. Het traditionele verbranden van vlaggen werd opgewaardeerd naar het letterlijk met voeten treden van vlaggen, om via die beeldspraak het beeldculturele karakter van de kwestie nog maar te versterken.
Ambassades werden aangevallen, maar ook - minder uitvoerig bericht in westerse media en overwegend in Indonesie - filialen van McDonalds en Kentucky Fried Chicken. De relschoppers begrepen natuurlijk ook wel dat die er niets mee te maken hadden, maar de symbolische, representatieve functie van ambassades en westerse fastfood ketens - én de wetenschap dat de brandende versies daarvan in visuele vorm de hele wereld over gaan - maakten ze tot een gewillig object van agressie.
Computers en meubilair vlogen over de reling van de ambassadebalkons, de logo's van McDonalds en KFC werden vertrapt en verbrand, zelfs het McDonalds mannetje moest eraan geloven. Wat er werd aangevallen en vernietigd waren de symbolische tekens van het westen, van de corporatie, de corporate images van de commercialiteit, het materialisme en de moordende marktconcurrentie die voor grote delen van de wereld het gezicht van het westen bepalen en als zodanig een ander gezicht - de ziel, spiritualiteit en gemeenschapszin van een samenleving - om zeep hebben gebracht.
Er was, kortom, woede om beelden en agressie jegens beelden. En niet zomaar beelden, maar symbolische beelden: de symbolen en iconen, de logo's kortom, van het westen.
Als zodanig was de cartoon controverse een vorm van hedendaags iconoclasme. Het iconoclasme dat traditioneel gezien een beeldenstorm was van religieuze fanaten, gericht tegen hun eigen tegengestelde: idolatrie of verafgoding. Historisch gezien was iconoclasme dus een soort reactie op idolatrie. Voor moderne, seculiere vormen van idolatrie hoeven we niet ver te zoeken - we hoeven de televisie maar aan te zetten voor voorbeelden, van Idols en Shownieuws tot voetballen en MTV. Zoals ook hedendaags iconoclasme zich niet ver laat zoeken, van de aanslag op de Twin Towers in 2001 tot het neerhalen van het standbeeld van Saddam Hoessein in Irak in 2003.
Dit lijkt te duiden op een wederzijds iconoclasme: Amerikanen en terroristen houden zich beiden bezig met het vernietigen van beelden. Het verschil is dat het Westen na de vernietiging - of eigenlijk erin; door middel van vernietiging - een nieuw beeld creëert, een nieuwe afgod. Voor de georkestreerde vernietiging van het beeld van Saddam Hoessein kwam het beeld van de democratie in de plaats, per abuis eerst nog even met de verkeerde kleuren.
Ook na die andere ultieme iconoclastische daad, de vernietiging van de torens van Babel en alle daaraan verbonden symboliek, kwam er een nieuw beeld: dat van de internationale terrorist, met z'n zelfmoordvideo's en liquidatievideo's, fundamentalisme en explosies. Maar ook dat beeld werd gecreëerd door het Westen, op de puinhopen van Babel, een nieuwe afgod - of anti-god. Want Madrid en Londen bewezen dat de terroristen zelf zich verre van het stereotype houden. En de zo herkenbare symbolische look van de videobeelden van de terrorist kon alleen ontstaan binnen en door de westerse beeldcultuur.
Binnen de beeldcultuur van symbolen en representaties lijkt het iconoclasme van het Westen dus verbonden met haar eigen tegengestelde: het creëren van afgoden, het scheppen van beelden. De hedendaagse iconoclast is tegelijkertijd een idolaat.
Een iconoclast kan tegelijk een idolaat zijn, omdat het aanbedene en tegelijk gehate niet langer God is, maar de beelden zelf. De verafgoding valt samen met zichzelf: niet langer bewonderen wij de afbeelding van iets hogers (dat was immers de klacht van de iconoclasten), wij bewonderen de afbeelding zelf, zonder dat die afbeelding nog refereert aan iets anders dan zichzelf.
De Franse vrouw die de eerste gezichtstransplantatie ter wereld onderging, had haar gelaat verloren doordat haar hond het kapot had gebeten (of eigenlijk letterlijk kapot had gegeten - het schijnt nog gruwelijker te zijn geweest dan het klinkt). De vrouw had dat pas heel laat door, doordat zij een overdosis slaappillen had ingenomen, in een poging tot zelfmoord. Haar klinisch-wetenschappelijke zelfmoordpoging werd ongedaan gemaakt door diezelfde klinische wetenschap (de transplantatie). Technologie is in die zin transcendentaal: het creëert door vernietiging, het vernietigt om te creëren (zoals bijvoorbeeld ook in technologische disciplines als oorlog, biogenetica en klonen).
De opgewonden persconferentie die aan de gezichtstransplantatie werd gewijd is in die zin exemplarisch voor onze idolatrie van "het beeld an sich". Het ging hier louter om dat nieuwe gezicht, om de viering van de wetenschap, die vanuit destructie een nieuw beeld had gecreëerd. De Franse vrouw zelf nam met tegenzin deel aan de persconferentie en wilde niets liever dan volledig en volkomen met rust gelaten worden, oftewel: onzichtbaar zijn.
Dat is de werkelijke idolatrie: de aanbidding van het beeld an sich, bewondering van hyperreële idolen die alleen idool zijn bij de gratie van diezelfde bewondering (die alleen idool zijn omdat ze als zodanig zichtbaar worden gemaakt). De werkelijke idolatrie is verafgoding in afwezigheid van referentie en in afwezigheid van betekenis: verafgoding in afwezigheid.
In het meest klassieke voorbeeld van idolatrie werd ook het gouden kalf immers gemaakt in Moses' afwezigheid. Het afgodsbeeld is een opvulling zonder vulsel, uiteindelijk gecreëerd uit onzekerheid en angst in afwezigheid, in een wereld zonder God, in een wereld zonder autoriteit en zonder morele kaders. En in die wereld hebben we alleen de beelden nog.
De afkeer van het Westen die in grote delen van de Islamitische wereld wordt ervaren is dan ook vooral een afkeer van de beelden en iconen van het Westen. Degenen die zich beledigd voelden door de Deense cartoons leven in dezelfde mondiale beeldcultuur waarin wij leven. Van alle kanten worden zij omgeven door beelden, waarvan de meest in het oog springende vaak de vorm aannemen van symbolen (logo's, emblemen).
Een van de bekende klachten in het Midden-Oosten is de opdringerige aanwezigheid van Amerika, die het meest direct zichtbaar wordt in haar militaire vorm: niet het militair-industrieel complex dat de wereld naar de verdommenis helpt, maar de Amerikaanse soldaat die in Irak en in zoveel andere landen op de straathoek staat of in zijn jeep door de straten rijdt. Amerikaanse soldaten zijn een beeld geworden, een kakigroen icoon van alle negatieve connotaties die aan de Amerikaanse way of life en haar buitenland politiek kleven.
En dan zijn er de gele M van McDonalds, de logo's van Nike, Coca-Cola en CNN, eveneens op elke straathoek, in hun jeeps door de straten scheurend. Natuurlijk gebruiken de jongeren in het Midden-Oosten de producten en diensten die achter die beelden schuilgaan, maar doordat de grootste kracht van beelden hun snelheid is, beheersen de symbolen hun gebruik: hun symbolische waarde is dominant aan het gebruik van hun inhoud. Dus terwijl de jonge Islamiet lustig de plaatselijke McDonalds bezoekt, staat de gele M tegelijk symbool voor de vermaledijde cultuur van fastfood, fast culture, a-spiritueel leven en de snelle en oppervlakkige instant kicks waar wij in het Westen aan verslaafd zijn geraakt.
Daarin ligt de kern van de woede over de Deense cartoons. Op het eerste gezicht lijkt het iconoclastische element slechts betrekking te hebben op de vorm van de hetze en lijken er inhoudelijk andere motieven te spelen (van een gewillige uitlaatklep voor al jaren opgekropte afkeer en woede tegen het westen en/of tegen de eigen sociaal-economische of politieke situatie tot het orkestreren en manipuleren van de revolte).
Maar toch meen ik dat iconoclasme juist ook inhoudelijk ten grondslag ligt aan de cartoon controverse, grappig genoeg juist doordat het iconoclasme van de relschoppers een seculier iconoclasme is, althans: een beeldenstorm waar de Islam eigenlijk geen enkele rol in speelt.
Zoals alle woede uiteindelijk voortkomt uit angst en onzekerheid, zo ligt er een diepere angst aan de basis van de woede over de spotprenten, een angst voor de hyperrealiteit die het westen domineert, de angst dat de westerse beeldcultuur van uitgeholde overvloed en zelfreferentiële idolatrie zich de profeet Mohammed toeeigent en hem daarmee tot een simulacrum maakt, tot een zelfreferentieel icoon zonder origineel. De cartoons plaatsten Mohammed in de cultuur van afbeeldingen na de dood van God, waarin afbeelding alleen nog afbeelding is, for afbeeldings sake.
Als de profeet Mohammed gekoloniseerd wordt door de westerse beeldcultuur, wordt Mohammed een beeld zonder origineel. Hier ligt wellicht de werkelijke provocatie: de Deense cartoons waren spotprenten for it's own sake. Ze vielen niet binnen een politieke of ethische context, er was geen sprake van een mening of een visie op de profeet of de Islam. Er werd afgebeeld om het afbeelden. In die zin waren de cartoons business as usual. Juist die decadente routine, waarin een beeld alleen nog naar zichzelf mag verwijzen, waarin er een hele industrie is gecreëerd van afbeeldingen zonder origineel, waarin politiek en cultuur volledig meegaan in de hyperrealiteit (die uiteindelijk wellicht een veel groter gevaar voor democratie vormt dan het terrorisme) - juist die routine vormt wel degelijk een provocatie.
Op het eerste gezicht spreekt er een machteloosheid uit deze stikte vorm van iconoclasme. Omdat ze Bush niet kunnen pakken, pakken ze de symbolische representatie van Bush. Omdat Denemarken te ver is, vertrappen ze de Deense vlag. Omdat het creëren van een hyperrealiteit niet te bestrijden is, geven ze de schuld aan onbenullige cartoons. Omdat de toe-eigening van Mohammeds afbeelding een onbewust, ideologisch en routinematig bijproduct is van westers technologisch en beeldcultureel imperialisme, kunnen ze hun angst en woede daarover alleen uiten door andere symbolen van datzelfde visuele regime te vernietigen: de vlaggen, de ambassades en de computers. Net zoals de anti-globalisten, in afwezigheid van de fysieke G8 of de fysieke CEO van Nike een filiaal van McDonalds in elkaar trappen.
Maar zo machteloos blijkt de aanval op de beelden niet te zijn. Want zoals het westen reageerde, zo reageert men normaal gesproken niet op de machteloze woede van een anachronistisch iconoclast.
Sterker nog: juist omdat de hunnen onze beelden aanvielen (in plaats van onze politiek of cultuur of soldaten), raakten de cartoon rellen ons in het westen zo heftig, zo diep in het hart, zo diep in het hart van onze democratie, zoals enkele bange westerse opiniemakers het durfden te noemen. Omdat het beelden zijn, onze beelden. Omdat het er steeds meer op gaat lijken dat alles wat we nog hebben, onze beelden zijn - de logo's, symbolen en iconen die betekenis geven aan de wereld om ons heen (van "rood licht: stoppen" en "gele M: snel en goedkoop eten", tot "Marokkaanse jongen: op je tas passen" en "man met Arabisch uiterlijk: op je leven passen").
En dus schieten we in een reflex en beginnen we op hoge toon een polemiek over vrijheid en democratie en de onderdrukking bij hen en de orkestratie van rellen door die geschifte dictators daar. Want alhoewel de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid helemaal niets met het creëren van zelfreferentiële beelden te maken hebben, ging het hier verdomme wel om onze beelden, om onze prachtige, a-journalistieke, visieloze, meningsloze, lege beelden.
Net zoals dat nieuwe gezicht in Frankrijk in essentie leeg was - klinisch en ver-technologiseerd. Geen gezicht dus, zou een cartoonist zeggen.